Geschiedenis | verbouwing | visie


Historie was leidend bij verbouwing Broederenklooster

De ambities die eigenaar Anton de Lange had voor zijn boutiquehotel in het Broederenklooster waren niet gering. Maar die ambities gingen nooit ten koste van de geschiedenis. ‘De historie was leidend in het bouwproces. We gingen geen muur uit 1390 weghalen om een groter Grand Cafe te realiseren. Dan passen we de plannen gewoon aan’, aldus De Lange.

De restauratie van het Broederenklooster was er een van meevallers en tegenvallers. Misschien wel de mooiste meevaller: in het klooster bevindt zich nog de oorspronkelijke 13e eeuwse grafelijke zaal van Reinoud I, graaf van Zutphen en Gelre. De zaal is vergelijkbaar met de oudste zaal van het binnenhof in Den Haag, gelegen achter de Ridderzaal, de zogenaamde Rolzaal. Daarna begon Reinoud aan een nieuwe grafelijke zaal, die sterk leek op de Ridderzaal die zijn neef Floris V, graaf van Holland, aan het bouwen was in Den Haag. De Ridderzaal van Reinoud I kwam in tegenstelling tot de Ridderzaal in Den Haag helaas nooit af. Reinoud werd gevangen genomen in 1288 tijdens de slag bij Keulen en moest vrijgekocht worden. Dat kostte zoveel geld dat Reinoud blut raakte. En in 1293 schonk zijn vrouw, Margaretha van Dampierre, de ‘Rolzaal’ en onafgebouwde ‘Ridderzaal’ aan de monniken. De monniken verbouwden de niet afgebouwde Ridderzaal vervolgens tot kloosterkerk, die we nu kennen als de Broederenkerk.

In het Broederenklooster is de Rolzaal van Reinoud 750 jaar later nog steeds (ten dele) te zien als achterwand van de bar in het Grand Cafe. Dit is in feite dus nog het oude dertiende eeuwse grafelijke hofgebouw. De buitenmuren zijn vroeg dertiende-eeuws en zijn het oudste deel van het klooster. Het oorspronkelijke plan voor het hotel was om die hele zaal weer in ere te herstellen en er een Grand-Cafe-Restaurant van te maken. Bij de bouwwerkzaamheden bleek echter dat zich in de muur nog de veertiende eeuwse door de monniken aangebrachte spitsbogen bevonden van de Kapittelzaal. We hebben besloten de tussenmuur te laten staan en de Kapittelzaal in ere te herstellen en zichtbaar te behouden.

Restaureren wil niet zeggen dat alles in zijn oudste staat moet worden teruggebracht, ook latere eeuwen hebben belangrijke sporen achtergelaten. Zo werd in 1485 het aan de Rozengracht gelegen ‘nieuwe’ Refectorium toegevoegd, de ‘nieuwe’ eetzaal van de monniken. En op de verdieping erboven kwam het Scriptorium of de Librije, waar de monniken eeuwenlang hun boeken lazen en (over)schreven.

De Lange besloot het aantal hotelkamers van de geplande tweeëntwintig terug te brengen naar vijftien. ‘Alles wat we ontdekten aan moois en waardevols wilden we zoveel mogelijk behouden en integreren. Dat is misschien niet het meest zakelijk, maar de historie was leidend. Het gaat hier wel om een bijzonder belangrijke plek in de geschiedenis van Zutphen. We doen dit niet om rijk te worden, maar om ons rijk te voelen’.

De Refter, de oude eetzaal van de monniken, heeft zijn oorspronkelijke functie weer terug. ‘Hier aten eeuwen geleden de monniken al. Hetzelfde geldt voor het oude dormitorium op de verdieping, de slaapzaal van de monniken, waar nu weer hotelgasten slapen. Al hoeft de toekomstige gast niet meer op zaal te liggen, maar zijn het nu twaalf Comfort Monastery Rooms en drie luxe kamers.

De grote zaal boven, de oude Librije, heeft nog een oud tongewelf en de originele stenen vloer en biedt als multifunctionele ruimte plek voor recepties, uitvoeringen en partijen.

 En tenslotte niet te vergeten, de authentieke middeleeuwse wijnkelders, wijn-spijs proeverijen completeren uw verblijf in ons Broederenklooster! Dat moet door de eeuwen heen altijd een genot zijn geweest (behalve dan een korte periode gedurende de tachtigjarige oorlog, toen het dienst deed als stadsgevangenis!)